
Panasonic Lumix DMC-L1
13 nov 2006 | Er was geen ontkomen aan de Panasonic Lumix DMC-L1 op Europa’s grootste fotovakbeurs Photokina in Keulen afgelopen september. Een racewagen en spetterende fotomodellen in de Panasonic-stand werden dankbaar met een batterij L1′s gefotografeerd door iedereen die daarvoor een uurtje zijn paspoort wilde inleveren.
De 7,4-megapixelcamera heeft de afmetingen van een gemiddeld gebakje en lijkt een beetje op een ander smakelijk hapje: de Olympus E-330. De camera’s hebben dezelfde beeldsensor en weren stof met een supersonic wave-filter.
De gelijkenis is niet zo vreemd, aangezien de fabrikanten samenwerken in het zogenoemde Four Thirds-verband: waarmee een serie bedrijven een eigen standaard in camera-accessoires willen bepalen en zo de concurrentie met vooral Canon en Nikon aangaan.
Wie uiteindelijk de bijna-broers Panasonic Lumix DMC-L1 en Olympus E-330 tegen elkaar afweegt, zal kiezen voor de Panasonic vanwege zijn stoerdere uitstraling, selecteerbare beeldverhoudingen (4:3, 2:3 en breedbeeld 16:9), zijn groter buffergeheugen (6 tegen 4 raw-foto’s) en met een snelle geheugenkaart onbeperkt doorknallen van jpeg-foto’s. De Olympus E-330 heeft als pre’s in derde stappen selecteerbare iso-waarden, een uitklapbaar beeldscherm en een aantrekkelijke prijs. | 175 van 360 woorden | © Elmer van Hest en Marcel Burger | Voor WINMAG, 13 november 2006 ||
