Den Haag/Delft, 13 feb 2008 | Ze zijn toch niet gek geworden, zou je denken. Maar rijen dik wachten mensen geduldig twintig minuten of langer op hun beurt bij de kassa van een van ‘s lands ‘grootkruideniers’ in elektronica. De een draagt een 37 inch onder de arm, de ander een 40 inch. Doos na doos passeert de infraroodscanners van de caissières.
Platte schermen zijn hot. Tijdens kortingsacties waar ook ter wereld proberen consumenten hun televisie-ervaring te ‘upgraden’. Weg met die traditionele beeldbuis. Hoe goed hij nog presteert, doet niet ter zake. Eindelijk dat lompe bakbeest de kamer uit, lijkt het credo.
Maar ja, daar sta je dan voor de schappen van de televisieafdeling van de elektronicaboer. Na het nemen van afscheid van de traditionele beeldbuis wil je er natuurlijk wel iets moois voor terug. Plasma moet je kopen, zegt de een. Nee, een LCD – veel goedkoper en even goed, meent de ander. Wat nu?
Plasmaschermen
Kijk je puur naar de kwaliteit, dan zijn plasmaschermen het beste dat je kunt krijgen – al hebben ze in het begin een knauw gekregen. De eerste plasmaschermen waren – evenals de oudere, traditionele computermonitors (CRT; Cathode Ray Tube) – gevoelig voor inbranden van bijvoorbeeld stationaire logo’s van televisieomroepen bovenin het beeld. De huidige generatie heeft daar nauwelijks last meer van.
Plasmaschermen bestaan uit losse vakjes (pixels) van ongeveer een millimeter, gemaakt uit een netwerk van koperdraden die loodrecht op elkaar staan. Daartussen bevindt zich een mengsel van neon-/heliumgassen. Via de koperdraden wordt dat mengsel onder spanning gezet en de gassen lichten op.
De verversingsfrequentie van een plasmascherm is veel hoger dan van een gewone televisie, waardoor het kijken naar een programma of film op het plasmascherm een stuk rustiger is voor de ogen. De techniek van plasmaschermen vergt minderruimte dan die van de kathodestraalbuis (alias beeldbuis) in traditionele televisies en daarom zijn plasma’s platter.
LCD
Hé, maar dat geldt voor lcd-schermen toch ook, denk je. Ja, maar doorgaans zijn lcd-schermen minder fraai in kleurweergave, minder contrastrijk en minder lichtrijk dan plasmaschermen. Al is de lcd-techniek de afgelopen jaren flink verbeterd.
De vloeibare kristallen in LCD’s (Liquid Crystal Display) zijn wel fijnmaziger en daarom doen ze prima dienst als computerscherm (in tegenstelling tot plasma’s). Zeker als het om het verbeterde LCD gaat: de TFT-LCD (Thin Film Transistor).
Als televisies zijn LCD’s in aanschaf vaak goedkoper, maar in energieverbruik duurder dan plasma-schermen. De veroorzaker is de achterliggende lichtbron die bij het LCD continu aanstaat en nodig is om de kristallen te laten draaien om beeld te maken. Plasmaschermen hebben geen backlight.
SED
De dagen van de plasmaschermen lijken echter geteld, want er is een nieuwe techniek in ontwikkeling: SED. Vooral in Japan wordt – onder meer door Toshiba – gewerkt aan de Surface-conduction Electron-emitter Display. Volgens de eerste rapporten uit eind 2006 verbruiken sed-schermen zeker een derde minder energie en is de weergave beter dan op plasmaschermen. Ook zou de hoge kwaliteit van tft-schermen op klein formaat kunnen worden benaderd.
SED werkt met oplichtend fosfor in pixels veel kleiner dan een millimeter. De kijkhoek waarop je alles nog goed kunt zien zou waanzinnig zijn (180 graden) en diepzwart is ook diepzwart (en niet donkergrijs zoals op de andere schermen).
SED is echter nog zo nieuw en prijzig dat het naar verwachting tot na 2010 duurt, voordat de eerste schermen interessant worden voor een grotere groep zogenoemde early adopters.
| © Marcel Burger | Voor AACC|SHiFTmagazine, februari 2008 ||
