
(Foto © Niko Smrke)
Hoog Buurlo, 25 augustus 2008 | Een schot davert door de bossen rond Hoog Buurlo. De knal is niet afkomstig uit het Mauser-jachtgeweer van jager Hans Spek. Dat staat nog ongebruikt tegen de jachthut. Collega Rob Borst even verderop had meer geluk. Het zwijn waarop hij zijn vizier richtte, was minder fortuinlijk.
Al twee maanden zijn jagers dag in dag uit op de Veluwe te vinden. Zij moeten het door de provincie Gelderland gestelde afschot van 3100 zwijnen in juli en augustus waarmaken. “Een flinke opgave als je bedenkt dat de jacht op één enkel zwijn gemiddeld vijf tot zes uur kost’”, fluistert Spek als zijn ogen de vochtige wei bespieden waar zojuist mais is gestrooid om zwijnen te lokken.
Het is de vierde maal in een week dat Spek erop uit trekt. Doorgaans heeft hij cursisten bij zich die de kneepjes van het jachtvak leren, maar vandaag niet. “Eergisteren schoot een cursist op deze plek een big. Misschien dat de zwijnen deze plek daarom maar even mijden. Het blijven slimme beesten.”
Veel van de 2800 al geschoten dieren waren biggen van maximaal een jaar oud. “Sommige jagers hebben daar moeite mee. Maar de ervaring leert dat zwijnen door het vele aanwezige voer snel geslachtrijp zijn en zich dus kunnen voortplanten.”
Dierenorganisaties hebben moeite met elke jachtvorm, weet Spek. Regelmatig helpen activisten een hoogzit de vernieling in of moet een voerautomaat het ontgelden. “De Veluwe is te klein voor zoveel dieren. Ze veroorzaken jaarlijks duizend verkeersongevallen en wroeten langbouwgrond om,” verdedigt de jager het jagersstandpunt.
In de verte scharrelen twee volwassen en een jonger dier wat rond. Het mais lokt slechts een reebokje, dat een dodelijk schot ontloopt, omdat het nu eenmaal zwijnenjacht is. De invallende nacht maakt verder jagen onmogelijk. Vandaag schiet de jager geen zwijn.
De hulp van nachtzichtapparatuur is toegestaan, maar daarvan maakt vrijwel geen enkele jager gebruikt. ,,Het is een dure investering en het is maar de vraag of het ook volgend jaar is toegestaan. De meeste jagers wagen zich er niet aan.”*
Aangekomen bij zijn collega ligt het zeventien maanden oude vrouwtjeszwijn roerloos op de grond dankzij een 7-millimeterkogel recht door het hart. “Een mooi beest”, luidt de gedeelde conclusie.
Spek snijdt het kadaver open en trekt de dampende ingewanden er uit. Die blijven achter in het bos. Vermoedelijk zijn het vannacht wilde zwijnen die zich tegoed doen aan de ingewanden van hun soortgenoot.
Na de jacht gaat het richting Beekbergen om daar de vangst te laten registeren. Het vlees gaat naar een slager of restauranthouder. En zo ging het in juli en augustus al 2800 keer op de Veluwe.” | © 2008 Elmer van Hest voor het Algemeen Nederlands Persbureau ||
