1 februari 2010 | Natte klinkers weerspiegelen de contouren van de vesting, in het verleden een favoriete executieplaats. Donkere wolken rollen over het land richting zee. Camouflagepakken, zwarte legerkisten weerkaatsen, geen houding, wel een groet.
De twee Noorse studentes – allebei blond, in korte rok, zwarte kousen en laarzen – twijfelen net als ik zichtbaar bij dit herfsttafereel. Het fotogenieke fort uit de 14de eeuw is trekpleister en defensiehoofdkwartier. De weersomstandigheden zijn al even twijfelachtig.
Bovenop de kasteelmuren is het nog gemakkelijk: een lichte gloed zet de contouren vast van de eilanden in de fjord. 180 graden de andere kant uit, weet ik het niet zo zeker.
Ik zie de Noorse naast mij twijfelen. Ze kijkt naar haar camera, ze kijkt naar haar vriendin en kijkt stoïcijns in mijn richting. Vol zelfvertrouwen legt ze haar vinger op het toestel. Pop-up, korte tijd later gevolgd door fel wit licht en een beteuterde blik bij het aflezen van het lcd.
Ik word niet veel vrolijker van de belichtingsmeter in mijn beeldenvanger. Ambachtelijk fotoweer vandaag, denk ik, en kies handmatige belichting. Diafragma naar f/4 – meer geeft mijn lens niet, maximaal uitgezoomd om wazige randen te voorkomen.
Sluitertijd naar 1/100ste van een seconde, zonder beeldstabilisator en statief op het randje van het toelaatbare. Iso 1600, de bedenksels daarover in mijn hoofd zijn net zo ernstig als de ruis die ik verwacht te zien. Ik lees het lcd. Goede foto’s, Noway!
Vanaf de verdedigingswal valt mijn oog op een witmarmeren, vierkante onderzeeër die zojuist uit het water lijkt te zijn opgedoken. Ik stuntel over de klinkers de poort uit en sluit mij aan bij een groep Zweedse toeristen die dezelfde richting uit beweegt. Vlak voor het passeren van de ‘loopplank’ – meters breed met ledverlichting in de marmeren vloer – neemt een camerateam van het Franse TV Europe de koppositie over.
Dit is de hadj voor de ongelovigen, in een lange rij klimmen we over natte en soms glibberig gesteente naar de witte kubus op de top. De Ka’aba van de toeristen moet je even aangeraakt hebben, hier moet je zijn geweest. Officieel woont God hier niet, maar hij – of zij – heeft mijn gebeden om mooie momenten wel gehoord.
Eenmaal uit het gedrang werp ik een vlugge blik op de contouren van Oslo’s Operahus, die weerspiegelen in het water. Meer dan honderd foto’s rollen naar mijn geheugenkaart. Ik draai me om en steek mijn hand op. Geen houding, wel een groet.
© 2009 Marcel Burger voor Digifoto Pro (editie 4/2009)
